
|
|
|
|
Ofschoon Bruckner dit werk min of meer verwierp, vernietigde hij de partituur niet. Voor de goede orde: deze symfonie is ná de eerste geschreven in 1869 en draagt onmiskenbaar Bruckners signatuur. De nulde dankt haar naam aan het misverstand van onderzoekers, die dachten dat het om een revisie ging van een oorspronkelijke versie die voor de eerste werd geschreven. Overigens werd deze nulde niet tijdens zijn leven uitgevoerd, maar pas op zijn honderdste geboortedag. En nog steeds zien we deze boeiende symfonie te weinig op het programma. Bij de studiesymfonie in F is er nog sprake van zoeken en tasten, maar niet bij dit nobele werk dat de toonsoort D-mineur met de derde en negende gemeen heeft; des meesters mystieke sleutel. Vergelijk met Tinter op Naxos leert dat er nieuwe inzichten zijn met betrekking tot tempo en frasering. Blunier heeft mijn inziens een mooiere balans tussen zangerigheid en staccato dan Tinter. De registratie klinkt zeldzaam realistisch en open. Het koper smelt op de tong: pregnant en mild tegelijk. Doordat de akoestiek mooi is gevangen, krijgt de opname een ware live-sensatie. Het ‘Super-Audio’-laag klinkt bovendien nog een slagje natuurlijker en losser. Opnieuw een schitterend totaalproduct van MDG. Zegt het voort! Bron: Emile Stoffels • Luister nummer 675 / mei/juni 2011
- Symphony No0 WAB100 (1869) in D minor1.Allegro 18:08
- 2.Andante 14:51
- 3.Scherzo • Presto 7:01
- 4.Finale. Moderato - Allegro vivace 10:07
- March WAB96 (1862) in D minor5.March 4:51
- Three Pieces WAB 97 (1862)6.Moderato in E flat major 2:23
- 7.(Andante) in E minor 2:23
- 8.(Andante con moto) in F major 3:16
|